Nieuwe investeringen en aangepaste regels moeten Vlaamse technologie sneller naar internationale markten brengen.
Voor Vlaamse technologiebedrijven in veiligheid en defensie schuift de overheid een duidelijke boodschap naar voren: wie innoveert, moet ook kunnen opschalen en exporteren. Met de Vlaamse Innovatie- en Industriestrategie voor Veiligheid en Defensie (VISD) en een vernieuwd wapenhandeldecreet wil Vlaanderen die stap verkorten. Minder versnippering, meer samenhang. En vooral: meer kansen voor ondernemingen die vandaag al actief zijn in hoogtechnologische niches.
Van sterke kennis naar concrete projecten
De Europese defensie- en veiligheidsmarkt groeit snel. Vlaanderen vertrekt daarbij niet van nul. Bedrijven en kennisinstellingen zijn actief in domeinen als maritieme technologie, luchtvaart en drones, ruimtevaart, artificiële intelligentie, cyberveiligheid en autonome systemen. Ook biotechnologie en data-gedreven toepassingen voor veiligheid spelen mee.
VISD wil die sterktes bundelen in projecten die verder gaan dan proefopstellingen. De focus ligt op toepassingen die bruikbaar zijn voor de eigen defensie, maar ook passen binnen Europese en NAVO-samenwerking. Vlaanderen brengt daarvoor bedrijven, onderzoekscentra en overheid samen rond duidelijke technologische trajecten en prioriteiten.
Voor ondernemers betekent dat meer duidelijkheid: waar liggen de kansen, en met wie kan je die uitwerken?
Investeren om export mogelijk te maken
Om die ambitie kracht bij te zetten, trekt Vlaanderen de investeringen stevig op. Minister-president Matthias Diependaele kondigt een groeipad aan van 5 miljoen euro vandaag naar 50 miljoen euro per jaar tegen 2029.
Volgens Diependaele is die schaalvergroting nodig om Vlaamse technologie door te laten groeien tot volwaardige projecten. Niet alleen voor gebruik in eigen land, maar ook voor Europese en NAVO-programma’s. De inzet is duidelijk: meer productie in Vlaanderen, meer export vanuit Vlaanderen en meer hoogtechnologische jobs.
Begeleiding als hefboom
Naast geld voorziet VISD ook in actieve begeleiding. Vlaamse bedrijven krijgen ondersteuning bij het zoeken naar partners, het aansluiten bij Europese programma’s en het gebruik van test- en onderzoeksinfrastructuur. Dat verlaagt de drempel om mee te stappen in internationale samenwerkingen.
Daarnaast zet Vlaanderen in op zichtbaarheid. Initiatieven zoals ‘Defence in Flanders Days’ moeten buitenlandse partners en klanten aantrekken. Het doel: technologie die hier ontwikkeld wordt, ook hier produceren en valoriseren.
Regelgeving die meebeweegt
Die economische strategie vraagt een aangepast regelgevend kader. Daarom actualiseert de Vlaamse Regering het wapenhandeldecreet. Het bestaande decreet uit 2012 werd door de sector ervaren als complex en weinig flexibel, wat internationale samenwerking bemoeilijkte.
Het nieuwe decreet sluit nauwer aan bij het Europese kader en biedt meer rechtszekerheid. Vlaanderen kiest voor een risicogebaseerde aanpak: eenvoudige procedures waar het kan, strenge controles waar het moet. Leveringen binnen de EU en aan vaste partnerlanden zoals NAVO-bondgenoten verlopen vlotter. Voor landen onder sancties, actieve conflictzones of met risico op mensenrechtenschendingen blijft een volledige vergunning en grondige controle verplicht. Het exportverbod naar Israël blijft behouden.
Eén economisch verhaal
Samen vormen VISD en het nieuwe wapenhandeldecreet één beleidslijn. Innovatie versnellen én export mogelijk maken. Voor Vlaamse ondernemers betekent dat meer perspectief om technologie om te zetten in groei, investeringen en jobs.
Heb je als ondernemer ervaring met defensie- of veiligheidsprojecten, of loop je tegen drempels aan? Tips, reacties en praktijkverhalen blijven welkom.




