Pieter Timmermans, CEO van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), ziet in de jongste conjunctuurenquête een opvallende tegenstelling. Het consumentenvertrouwen klom in november naar +2, het hoogste niveau in vier jaar. Gezinnen kijken opnieuw iets positiever naar de toekomst. Dat is goed nieuws.
Maar wie naar de bedrijven kijkt, ziet een ander verhaal.
Uit de jongste conjunctuurenquête van het VBO blijkt een scherpe tegenstelling. Terwijl gezinnen meer vertrouwen tonen, krijgen ondernemingen het steeds moeilijker. De rentabiliteit staat onder druk, investeringen vallen terug en geen enkele sector verwacht de komende zes maanden extra jobs te creëren.
Groei, maar op smalle basis
Voor 2026 wordt een economische groei van 1,1 procent verwacht, vergelijkbaar met 2025. Die groei komt bijna volledig van één kant: de consumptie van gezinnen.
Dat maakt de economie kwetsbaar. Wanneer groei steunt op één motor, volstaat één externe schok om alles uit balans te brengen. Denk aan geopolitieke spanningen, energieprijzen of renteverhogingen.
Andere groeifactoren blijven achter. De woningbouw vertraagt, bedrijven stellen investeringen uit en de netto-export is negatief. Voor een duurzame economische dynamiek is volgens het VBO minstens 1,5 procent groei nodig. Dat vergt meer dan consumptie alleen: investeringen, export en innovatie zijn noodzakelijk.
Druk op bedrijven neemt toe
De cijfers van de voorbije maanden laten weinig ruimte voor interpretatie:
- Bijna 40 procent van de sectoren zag de rentabiliteit dalen, tegenover 11 procent in mei.
- In de helft van de sectoren werden minder investeringen gedaan.
- In de eerste elf maanden van 2025 gingen 10.500 bedrijven failliet, het hoogste aantal sinds 2013.
- De bouwsector werd bijzonder hard getroffen, met 2.400 faillissementen en 3.000 verdwenen banen.
Volgens het VBO gaat het niet om een tijdelijke terugval. België kampt met een structureel competitiviteitsprobleem. Loon- en energiekosten liggen al jaren hoger dan in de buurlanden, terwijl bedrijven tegelijk te maken krijgen met wereldwijde overcapaciteit en dalende prijzen.
Wat vandaag nog geïnvesteerd wordt, gaat vooral naar innovatie, energie-efficiëntie en automatisering. Investeringen die leiden tot uitbreiding en extra jobs blijven uit.
Vijf hefbomen voor herstel
Om ondernemers opnieuw aan te zetten tot investeren en aanwerven, moeten de aangekondigde maatregelen voor competitiviteitsherstel snel worden uitgevoerd. Het VBO schuift vijf prioriteiten naar voren:
- Lagere energiekosten, via lagere transmissienettarieven en het benutten van de Europese CISAF-faciliteit. De politieke beslissing is genomen, maar de uitvoering moet volgen.
- Loonmatiging via de centenindex voor lonen boven 4.000 euro, op voorwaarde dat dit geen nieuwe kostenverschuiving wordt voor bedrijven.
- Meer arbeidsflexibiliteit, met extra overuren, het wegwerken van het verbod op avondarbeid en een ruimere inzet van flexi-jobs.
- Activering van talent, onder meer door werkloosheid te beperken tot twee jaar en door betere terug-naar-werktrajecten voor langdurig zieken.
- Minder administratieve lasten, en vooral het vermijden van nieuwe verplichtingen, onder andere in het kader van loontransparantie en het mobiliteitsbudget.
Tijd dringt
De analyse is bekend, de maatregelen zijn benoemd. Wat volgens het VBO ontbreekt, is snelheid en daadkracht. Zonder competitieve bedrijven zijn er geen jobs. En zonder jobs is er geen welvaart.
Het stijgende consumentenvertrouwen biedt perspectief, maar volstaat niet. Een economie die draait op één motor blijft kwetsbaar. Elke maand uitstel betekent minder investeringen, minder jobs en onbenut talent.
België heeft nood aan een economie die opnieuw op alle motoren draait. Dat vraagt keuzes. En vooral: actie, nu.




