Jonge vrouwen lopen voorop in digitale skills: België ziet opvallende ommekeer
Ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag zet Statbel de evolutie van digitale vaardigheden per geslacht in de kijker. En daar zit een duidelijke verschuiving in. In België hebben meer jonge vrouwen dan jonge mannen basis- of geavanceerde digitale vaardigheden. Dat staat haaks op het nationale gemiddelde, waar mannen nog altijd licht voorop lopen. De cijfers komen uit de enquête van 2025 over het ICT-gebruik bij huishoudens.
België gaat intussen wel vooruit. In 2025 had 61% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar minstens basis digitale vaardigheden. In 2023 was dat 59%, in 2021 54%. Er is dus een duidelijke stijgende lijn, jaar na jaar.
Maar tegelijk blijft er een kloof met de Europese ambitie. De Europese Unie wil dat tegen 2030 minstens 80% van de volwassen bevolking een basisniveau haalt. België zit daar nog een stuk onder, ook al gaat de curve in de juiste richting.
Het nationale beeld: mannen nog net voor, vooral door oudere generaties
Over alle leeftijden samen scoren mannen nog altijd hoger dan vrouwen: 63% tegenover 59%. Statbel wijst erop dat die kloof vooral terugkomt bij de oudere generaties. Met andere woorden: het verschil dat je vandaag ziet, wordt in grote mate gedragen door wie langer geleden is opgegroeid zonder digitale tools als vanzelfsprekend deel van het dagelijks leven.
In de Europese vergelijking staat België in 2025 op 61,2%, dicht bij het EU-gemiddelde van 60,4%. Nederland springt eruit met 83,6% en zit daarmee al boven de Europese doelstelling. Frankrijk (65,7%) zit hoger dan België, Duitsland (59,6%) lager.
Bij 16- tot 34-jarigen is de trend omgekeerd
Bij de 16- tot 34-jarigen draait het beeld in België om. Daar halen jonge vrouwen vaker basis- of geavanceerde digitale vaardigheden dan jonge mannen: 75,8% tegenover 73,7%. Dat patroon zie je ook op EU-niveau: 75,5% bij jonge vrouwen tegenover 73,6% bij jonge mannen.
Het gaat dus niet om een klein randfenomeen. Het is een duidelijke verschuiving in de jongste groepen, terwijl het totaalbeeld nog “oude” verschillen meesleept.
Opleidingsniveau blijft de grote scheidslijn
Naast leeftijd en geslacht blijft opleidingsniveau de factor die het sterkst doorweegt. Statbel stelt dat momenteel enkel mensen met een hoog opleidingsniveau de Europese doelstelling halen. In 2025 gaat het om 81,5% bij hoogopgeleiden (16-74 jaar), tegenover 53,9% bij een gemiddeld opleidingsniveau en 33,4% bij een laag opleidingsniveau.
Ook hier zit een opvallend detail bij de jongeren. Bij de 16- tot 34-jarigen met een laag opleidingsniveau scoren jonge vrouwen hoger dan jonge mannen: 61,6% tegenover 52,4%. Bij een gemiddeld opleidingsniveau ligt het omgekeerd (73,0% mannen tegenover 71,4% vrouwen). En bij hoogopgeleiden blijven beiden hoog, met 87,4% bij jonge mannen en 85,1% bij jonge vrouwen.
Jonge vrouwen scoren beter in 4 van de 5 deelgebieden
Digitale vaardigheden worden gemeten via vijf onderdelen: informatie en digitale geletterdheid, communicatie, creatie van digitale content, veiligheid en probleemoplossing. Bij de 16- tot 34-jarigen scoren vrouwen beter dan mannen in vier van de vijf domeinen.
Concreet:
- Informatie en digitale geletterdheid: 83,4% (vrouwen) vs 80,6% (mannen)
- Communicatie: 95,9% vs 95,1%
- Creatie digitale content: 71,1% vs 66,7%
- Veiligheid: 52,6% vs 49,0%
- Probleemoplossing: hier scoren mannen nét hoger: 80,6% vs 79,9%
Het totale verschil blijft dus bestaan, maar bij jongere generaties verandert de dynamiek zichtbaar. Als die cohorten ouder worden, kan dat het algemene evenwicht mee opschuiven.
