Parttimeval voltijds werk is een probleem dat volgens VBO-FEB mee verklaart waarom extra werkdagen of meer uren netto vaak te weinig opleveren voor werknemers, terwijl de loonkost voor de werkgever gewoon doorloopt.
Waarom deze fiscale prikkel ondernemers raakt
De analyse vertrekt van een eenvoudig maar pijnlijk mechanisme. Door de progressieve personenbelasting houdt een werknemer van bijkomende arbeid relatief weinig over, terwijl dezelfde extra dag voor de werkgever evenveel kost als de vorige. VBO-FEB geeft als voorbeeld een werknemer met een brutoloon van 2.500 euro: het verschil in nettoloon tussen vier en vijf dagen werken bedraagt dan ongeveer 60 euro per week.
Voor kmo’s is dat geen theoretische discussie. Werkgevers botsen al langer op een arbeidsmarkt waar extra uren, promoties en voltijdse inzet niet altijd aantrekkelijk genoeg aanvoelen voor personeel. Dat maakt personeelsplanning moeilijker, zeker in kleine teams waar elke afwezige of niet-gewerkte dag sneller doorweegt op klantenwerk, planning en productiviteit.
Daar komt nog bij dat ook andere factoren het effect versterken, zoals gemeentelijke opcentiemen, de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, het verlies van inkomensgebonden voordelen en werkgebonden kosten zoals kinderopvang of vervoer. Op kmo.partners schreven we eerder al over loonkosten, terwijl de volledige toelichting en fiscale barometer te raadplegen zijn via VBO-FEB.
Wat ondernemers hiermee kunnen doen
De parttimeval is geen argument tegen deeltijds werk op zich. Wel is het een signaal dat fiscale en arbeidsmarktprikkels niet altijd samenvallen met wat ondernemingen nodig hebben. Voor ondernemers betekent dat in de praktijk dat je loonbeleid, uurroosters en doorgroeigesprekken nog duidelijker moet onderbouwen.
Vooral in sectoren waar marges onder druk staan en personeel schaars blijft, is transparantie belangrijk. Werknemers willen weten wat een extra dag of promotie netto echt oplevert. Bedrijven die dat helder kunnen uitleggen, staan sterker in retentie en interne mobiliteit. Tegelijk blijft dit ook een beleidsdossier: als voltijds werk onvoldoende loont, wordt de zoektocht naar extra arbeidsaanbod voor veel kmo’s alleen moeilijker.
