Arbeidslasten blijven zwaarder wegen op Belgische loonkosten
De nieuwe OESO-cijfers bevestigen dat arbeidslasten in België uitzonderlijk hoog blijven. Voor ondernemers is dat belangrijk omdat hogere loonkosten, beperkte nettowinst bij opslag en een hardnekkige promotieval tegelijk wegen op aanwerving, verloning en retentie.
Volgens de aangeleverde cijfers vloeit van een gemiddeld brutoloon ongeveer 40% via belastingen en sociale bijdragen naar de overheid. Voor werkgevers betekent dat volgens dezelfde input dat 52,5% van hun loonkost uiteindelijk niet bij de werknemer terechtkomt.
Waarom dit de personeelsfactuur raakt
De impact zit niet alleen in de totale werkgeverskost. Ook extra loonruimte rendeert beperkt voor de werknemer. Bij een euro opslag voor een werknemer met een gemiddeld loon blijft daar volgens de input slechts 44 cent van over. Als de loonkost met een euro stijgt, houdt de werknemer daar nog 35 cent netto aan over.
Dat maakt loononderhandelingen en groeipaden moeilijker. Ondernemers betalen meer, terwijl medewerkers een kleiner nettoverschil voelen. Net daar speelt de promotieval hard door.
Wat ondernemers hieruit kunnen meenemen
Voor kmo’s zet dit extra druk op hun HR-beleid. Hogere lasten op arbeid bemoeilijken zowel nieuwe aanwervingen als het belonen van doorgroei. Volgens de input blijven die hoge percentages bovendien verder stijgen naarmate het loon stijgt, door de sterke progressiviteit van de personenbelasting.
Voor werkgevers die al worstelen met voltijdse inzet en doorgroei, sluit dit aan bij een bredere arbeidsmarktdruk. Daarover verscheen eerder ook ons stuk over de parttimeval op de werkvloer.
Praktische info
De cijfers komen uit de jaarlijkse OESO-studie Taxing Wages op basis van data uit 2025. Wie de fiscale indicatoren verder wil opvolgen, kan terecht bij de Barometer van de Belgische fiscaliteit, die in de input expliciet wordt vermeld.
