Nieuwe omzendbrief moet overheidsopdrachten toegankelijker voor kmo’s maken

- verschenen op

deel ons bericht:

Een nieuwe omzendbrief moet overheidsopdrachten toegankelijker voor kmo’s maken. De richtlijnen zijn bedoeld voor diensten van de Vlaamse overheid, Vlaamse Openbare instellingen, provincies en lokale besturen. UNIZO, minister Hilde Crevits en Bouwunie willen daarmee vooral de toegang tot aanbestedingen eenvoudiger maken voor kleinere ondernemingen.

Voor veel kmo’s zit de drempel niet in de opdracht zelf, maar in de weg ernaartoe. Denk aan veel papierwerk, ingewikkelde bestekken of voorwaarden die in de praktijk makkelijker haalbaar zijn voor grote bedrijven. De omzendbrief vraagt overheden daarom om bij opdrachten, bijvoorbeeld voor catering, groenbeheer of logistieke steun, meer rekening te houden met kleinere en lokale ondernemingen.

Overheidsopdrachten toegankelijker voor kmo’s

Volgens Vlaams minister van Bestuurszaken en Binnenland Hilde Crevits kunnen overheidsopdrachten een hefboom zijn voor de lokale economie. Zij wijst erop dat kleine ondernemingen niet minder ambitie hebben, maar wel sneller botsen op procedurele en administratieve drempels.

Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, noemt de omzendbrief een belangrijke stap voor kmo’s die voor de overheid willen werken. Volgens hem tonen de cijfers dat het probleem niet bij de ondernemers ligt. In België gaat volgens Europese cijfers 31 procent van de overheidsopdrachten naar kmo’s, terwijl zij 60 procent van de offertes indienen. In Vlaanderen bestaat 99 procent van de ondernemingen uit kmo’s.

Het totale aankoopvolume van overheidsopdrachten in België bedraagt ongeveer 85 miljard euro. Volgens UNIZO kan dat geld meer lokale waarde creëren als kmo’s eerlijker en eenvoudiger kunnen meedingen.

Minder strenge voorwaarden waar dat kan

De omzendbrief legt de nadruk op eenvoudige en flexibele procedures. De opdracht moet nog altijd kwaliteitsvol en eerlijk gegund worden, maar voorwaarden mogen niet zwaarder zijn dan nodig.

Een voorbeeld is een te hoge minimumomzet als vereiste. Daardoor kunnen kleinere bedrijven worden uitgesloten, ook wanneer ze de opdracht wel degelijk kunnen uitvoeren. Ook een referentieperiode die langer is dan de gebruikelijke drie jaar kan de concurrentie beperken.

Voor ondernemers betekent dit vooral dat besturen worden aangemoedigd om beter na te denken over de voorwaarden die ze opleggen. Niet elke opdracht vraagt dezelfde schaal, dezelfde omzet of dezelfde administratieve last.

Ook sociale ondernemingen krijgen meer aandacht

De richtlijnen vragen ook aandacht voor sociale overheidsopdrachten. Overheden kunnen via hun aankopen sociale impact creëren en kansen geven aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Daarom worden aanbesteders aangemoedigd om opdrachten op te splitsen. Zo kunnen onderdelen zoals logistiek, verpakking of groenbeheer apart worden bekeken. Bepaalde delen kunnen dan worden voorbehouden voor sociale ondernemingen.

Die aanpak kan ook samenwerking stimuleren tussen reguliere bedrijven en sociale ondernemingen. De omzendbrief wil zo overheidsopdrachten toegankelijker voor kmo’s maken, maar tegelijk ook ruimte geven aan ondernemingen die maatschappelijke meerwaarde creëren.

Volgens cijfers van de Vlaamse overheid scoort Vlaanderen beter dan België in zijn geheel. Ongeveer 54 procent van de Vlaamse overheidsopdrachten wordt gegund aan een kmo. Voor lokale besturen is er geen algemeen cijferbestand beschikbaar.

━ lees ook dit

Trippaers koppelt 40 jaar aan extra warehouse en tweede e-truck

Trippaers uit Genk viert 40 jaar met extra warehousecapaciteit en een tweede elektrische vrachtwagen.

Zes ondernemers stappen in december de ring in

Zes ondernemers uit logistiek en maritiem stappen in december de ring in voor Antwerp Business Boxing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in