Duitsland zet het fregattenproject bij Damen stop en kiest voor acht MEKO A-200-fregatten van TKMS. Voor de maritieme keten is dat meer dan een wijziging in een defensiedossier. Het gaat om een programma van ongeveer 10 miljard euro dat de planning van een hele toeleveringsketen overhoop trekt.
Van vertraging naar stopzetting
Het F126-programma was in 2020 opgestart voor de bouw van zes nieuwe fregatten voor de Duitse zeemacht. De eerste levering was voorzien in 2028, met een eindtotaal van zes schepen tegen 2033. Maar de bouw liep vast op grote vertragingen en een stijgende kostprijs.
Daarom schakelt Duitsland nu over naar acht MEKO A-200 DEU-fregatten van TKMS, onderdeel van het ThyssenKrupp-concern. Die bestelling zou samen 11,6 miljard euro kosten en de eerste levering moet in 2029 volgen. De verschuiving laat zien hoe snel een groot defensieprogramma kan kantelen wanneer timing en budget niet langer samenlopen.
Wat dit betekent voor de keten
Voor Damen is de beslissing een stevige tegenslag. De Nederlandse scheepsbouwer was aanvankelijk de hoofdaannemer voor het Duitse project. Eerder lag ook al op tafel om het hoofdaannemerschap aan Rheinmetall over te dragen, maar uiteindelijk trekt Duitsland nu de stekker uit het programma.
Dat maakt dit dossier ook relevant voor toeleveranciers en andere spelers in de maritieme industrie. Wanneer een groot project plots richting een ander platform verschuift, veranderen ook de verwachtingen rond engineering, planning, onderdelen en capaciteit.
Damen blijft intussen wel een belangrijke leverancier voor Nederland, waar het bedrijf meewerkt aan de vervanging van de vloot. Voor de sector is dat een belangrijk detail: een afzegging in Duitsland betekent niet dat de bredere Europese rol van Damen meteen wegvalt, maar het signaal is wel hard.
Ook op de beurs werd die verschuiving meteen zichtbaar. Rheinmetall ging woensdag lager, terwijl TKMS profiteerde van het nieuwe besluit. Voor wie defensie en scheepsbouw volgt, is de boodschap duidelijk: grote publieke projecten blijven kwetsbaar zodra vertragingen, kosten en politieke keuzes samenkomen.