België zakt in de jaarlijkse IMD World Competitiveness Ranking naar de 32e plaats, acht plaatsen lager dan vorig jaar. Voor ondernemers is dat geen cosmetische terugval: de score zegt iets over productiviteit, arbeidsmarkt, infrastructuur, regelgevend kader en de internationale aantrekkingskracht van ons land.
Waar de terugval zit
Volgens VBO gaat de grootste achteruitgang naar de categorie business efficiency. De productiviteit blijft te laag en de Belgische arbeidsmarkt blijft achter op de doelstellingen. Ook de hoge inactiviteit, met een recordaantal langdurig zieken, weegt op de economische groei.
Daarnaast gaat het op het vlak van infrastructuur in de verkeerde richting. Niet alleen de basis- en wetenschappelijke infrastructuur verliezen terrein, ook het onderwijs krijgt een stevige tik. Dat is bijzonder zorgwekkend in een land dat weinig natuurlijke grondstoffen heeft en het vooral van kennis, technologie en organisatie moet hebben.
Beleidskader onder druk
Op het niveau van overheidsefficiëntie is er dan weer een status quo, maar de bedrijfswetgeving verslechtert fors. Voor ondernemingen is dat een duidelijk signaal: concurrentiekracht hangt niet alleen af van schaal en innovatie, maar ook van voorspelbare spelregels en een bestuur dat niet voortdurend frictie toevoegt.
VBO koppelt daar vijf prioriteiten aan: de loonhandicap onder controle houden, de overheidsfinanciën structureel herstellen, de werkzaamheidsgraad optrekken, de administratieve last verlagen en de energiekosten voor bedrijven duurzaam terugdringen.
Wat ondernemers hiermee moeten doen
De ranking is geen einddoel op zich, maar wel een bruikbare stresstest. Als België verder wegzakt, wordt het moeilijker om investeringen aan te trekken, talent vast te houden en productiviteit te laten groeien. Voor kmo's is dat niet abstract: het raakt aan loonkosten, vergunningen, energie, financiering en de snelheid waarmee plannen realiteit worden.
Voor ondernemingen is de boodschap dus helder. Wie de competitiviteit wil verbeteren, moet niet alleen kijken naar individuele steunmaatregelen, maar naar het volledige pakket aan randvoorwaarden waarin bedrijven moeten werken.