In verschillende industriële sectoren lijkt er weinig enthousiasme om flexi-jobs toe te laten. Dat zegt NSZ op basis van een bericht in De Tijd. Voor chemie, staal, glas, papier en karton, petroleum en lederwaren lijkt de deur dicht te blijven. De reden is eenvoudig: die bedrijven werken met zware machines, gevaarlijke producten en hoge veiligheidsvereisten.
Waarom de industrie terughoudend blijft
NSZ wijst erop dat industriebedrijven al andere manieren hebben om pieken op te vangen. Overuren, interimarbeid, contracten van bepaalde duur en onderaannemers zijn nu al bekende pistes. In die context zien veel werkgevers geen nood aan een extra flexi-joblaag. In de bouw werd wel een uitzondering uitgewerkt: op de werf zouden flexi-jobs alleen mogelijk zijn voor gepensioneerde bouwvakkers.
Dat maakt duidelijk dat het debat niet alleen over flexibiliteit gaat, maar ook over risico en organisatie. In sectoren waar veiligheid zwaar doorweegt, is een extra arbeidsvorm niet vanzelfsprekend. Voor ondernemingen telt dan vooral dat de bezetting betrouwbaar blijft en dat de werkvloer beheersbaar blijft.
Wat dit betekent voor kmo's
De regering wil het systeem met flexi-jobbers vanaf juli uitbreiden naar alle sectoren. Vandaag werken de meeste flexi-jobbers vooral in horeca en handel, bijvoorbeeld in supermarkten. In de zorg leeft dan weer een andere realiteit. Daar willen bonden en werkgevers flexi-jobs liever niet, maar de arbeidskrapte duwt het dossier toch richting akkoord. De focus ligt er vooral op gepensioneerde verpleegkundigen die kunnen bijspringen in zieken- en rusthuizen.
Voor kmo's is het interessant dat bijna 45 procent van de kmo's die nu nog geen flexi-jobbers gebruiken, overweegt om dat wel te doen zodra de nieuwe wetgeving van kracht is. Dat cijfer toont dat er wel degelijk vraag is naar extra flexibele inzet, maar niet noodzakelijk in elke sector of onder elke vorm.
Geen universele oplossing
De discussie rond flexi-jobs laat zien dat arbeidskrapte niet overal dezelfde oplossing vraagt. Wat in horeca en retail werkt, past niet automatisch in een industriële omgeving met strikte veiligheidsprocedures. Voor kmo-ondernemers is dat relevant, omdat elke sector zijn eigen mix zoekt van flexibiliteit, kosten en risico.
NSZ zet daarmee vooral een nuchtere lijn uit: flexi-jobs kunnen voor veel bedrijven nuttig zijn, maar de industrie kijkt eerst naar wat al werkt binnen de bestaande organisatie. Dat is geen afwijzing van flexibiliteit, wel een herinnering dat arbeidsmodellen niet losstaan van de realiteit op de werkvloer.