Het eenheidsoctrooi en het eengemaakt octrooigerecht zijn ingevoerd om innovatie in Europa eenvoudiger, goedkoper en toegankelijker te maken, in de eerste plaats voor kmo’s. Het systeem moet bedrijven helpen om hun uitvindingen via één kader te beschermen, met meer rechtszekerheid en minder parallelle procedures.
In de praktijk tekent zich echter een onevenwicht af. Volgens het VBO worden de meeste octrooigeschillen behandeld in Duitse lokale afdelingen. Dat is niet toevallig: Duitsland heeft een sterke octrooitraditie en veel gespecialiseerde rechters en praktijkbeoefenaars. Tegelijk botst die concentratie met het oorspronkelijke idee van een gedecentraliseerd en voor achttien landen uniform toegankelijk systeem.
Voor België zijn de gevolgen concreet. De Brusselse lokale afdeling werkt in vier talen en staat dicht bij het bedrijfsleven, maar een kleiner aandeel dossiers betekent minder ervaring, minder zichtbaarheid voor het innovatie-ecosysteem en hogere kosten voor kmo’s die hun rechten willen laten gelden.
Het VBO vraagt daarom een evenwichtiger spreiding van zaken, meer mobiliteit van rechters en geharmoniseerde procedures zodat het systeem zijn belofte waarmaakt voor innovatieve ondernemingen.