In de scheepvaart is schaalvergroting al lang geen nieuw verhaal meer. In het autotransport is de trend nog altijd zichtbaar: nieuwe schepen voor pure car and truck carriers krijgen een veel grotere capaciteit. Maar volgens Flows zegt de maat ceu steeds minder over de echte transportrealiteit.
Een oude meetlat voor een nieuwe vloot
De ceu, of car equivalent unit, is gebaseerd op de afmetingen van een Toyota Corona uit 1966. Dat maakt de meetlat meteen ouderwets. Moderne gezinswagens, en zeker SUV's en elektrische auto's met batterij, nemen veel meer plaats en gewicht in dan die referentiewagen van vroeger.
Daardoor betekent een hogere ceu-capaciteit niet automatisch dat er proportioneel meer voertuigen mee kunnen. Een schip kan op papier groter worden, terwijl de beschikbare ruimte per echte wagen in de praktijk anders uitvalt. Voor rederijen en terminals blijft dat belangrijk bij het plannen van capaciteit, dekruimte en belading.
Wat dit voor ondernemers betekent
Voor bedrijven in logistiek, havenactiviteiten en autotransport is de boodschap helder. Wie alleen naar ceu kijkt, ziet een deel van het plaatje. Wie wil begrijpen hoe autostromen echt groeien, moet ook rekening houden met formaat, gewicht en het type voertuig dat wordt vervoerd.
Flows wijst er dus vooral op dat de sector met een verouderde rekeneenheid werkt. De schaalvergroting gaat verder, maar de oude maat zegt steeds minder over de werkelijke vervoerscapaciteit.