INEOS eist een schadevergoeding van 1,5 miljard euro voor de maandenlange bouwstop van Project One in de Antwerpse haven. Daarmee krijgt het chemiedossier een juridische nasleep die voor de sector en voor investeerders niet te negeren valt.
Twee procedures naast elkaar
Volgens de bron voert INEOS twee sporen tegelijk. Er loopt een arbitragezaak tegen de Belgische staat via het ICSID en tegelijk een klassieke schadeclaim tegen het Vlaamse Gewest bij de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg. Het bedrijf legt de vertraging van ongeveer negen maanden in de schaal na de vernietiging van de omgevingsvergunning in 2023.
De bouw van Project One werd stilgelegd na een stikstofgerelateerde vernietiging van de vergunning. Begin 2024 volgde een nieuwe vergunning. Volgens de bron heeft topman Jim Ratcliffe eerder gezegd dat de vertraging de totale kostprijs met ongeveer een kwart heeft opgedreven op een investering die nu richting 4 tot 5 miljard euro gaat.
Signaal voor de chemiesector
Voor kmo's en toeleveranciers in de chemie en industrie is dit meer dan een procedure tussen een multinational en de overheid. Het dossier toont hoe vergunningen, rechtszaken en timing direct ingrijpen op de haalbaarheid van miljardeninvesteringen. Matthias Diependaele wijst aansprakelijkheid af, terwijl de politieke discussie over de kosten van vertraging verder oplaait.
Project One moet vanaf 2027 jaarlijks 1,5 miljoen ton ethyleen produceren en wordt door INEOS voorgesteld als een installatie met een van de laagste koolstofvoeten in Europa. De bouw gaat verder, maar de juridische rekening lijkt nog lang niet afgerond.