Bedrijfsleiders die het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting willen behouden, krijgen vanaf aanslagjaar 2026 strengere loonvoorwaarden opgelegd. SBB wijst erop dat de regering de regeling heeft aangescherpt in het kader van de strijd tegen de "vervennootschappelijking".
Nieuwe drempels
Voortaan moet de bedrijfsleider in principe minstens 50.000 euro loon opnemen, jaarlijks te indexeren. Daarnaast mogen forfaitaire voordelen van alle aard maximaal 20% van de totale bedrijfsleidersverloning uitmaken.
Wie aan die voorwaarden niet voldoet, riskeert het verlaagd tarief op de eerste schijf van 100.000 euro winst te verliezen. Voor bestaande kmo-vennootschappen kan dat een merkbaar verschil maken in de uiteindelijke belastingfactuur.
Wat kmo's nu moeten bekijken
De praktische boodschap is dat ondernemingen hun verloningspakket opnieuw moeten doorrekenen. Soms volstaat een hogere bezoldiging, soms moet ook worden gekeken naar de samenstelling van voordelen van alle aard, groepsverzekeringen of andere onderdelen van het pakket.
SBB benadrukt dat de impact afhangt van de concrete situatie. Voor starters geldt wel een uitzondering: tijdens de eerste vier boekjaren speelt de minimumbezoldigingsvoorwaarde niet.
Voor kmo's is dit dus vooral een moment om niet alleen naar nettoverloning te kijken, maar ook naar de fiscale gevolgen voor de vennootschap zelf. Een berekening vooraf voorkomt dat het verlaagd tarief onbedoeld wegvalt.