Wie nog effluent had om uit te rijden, krijgt geen uitstel. Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wijst het lastminuteverzoek van de Boerenbond af. De MAP7-grens van zondag 31 augustus 2026 blijft staan. Restproduct van mestverwerking dat nog op het erf zit, mag u niet meer op het land brengen. Voor landbouwbedrijven en mestverwerkers is dat een operationeel probleem: het product moet in opslag, uitrijden mag niet meer.
KMO-IMPACT: ACTIE NODIG
Wat de minister wel en niet belooft
Feit. Brouns laat weten dat voor een korte verlenging van de uitrijregeling voor effluent “nog niet alle lichten op groen” staan. Hij wil af van ad-hocoplossingen en beperkte uitzonderingen. “We moeten dit structureel aanpakken,” zegt hij. Bij de aanpassing van het mestbeleid dit najaar wil hij meer ruimte op basis van wetenschappelijke adviezen, beter aansluitend bij de praktijk, en “meer vertrouwen geven aan landbouwers.” Vooral voor bemesting op grasland moeten volgens hem wetenschappelijk advies en het oordeel van de landbouwer voorgaan, niet vaste kalenderdata. Hij neemt het initiatief om dat in de wet vast te leggen. Over mestopslag: hij bekijkt hoe hij het bouwen daarvan verder kan vergemakkelijken.
Eerder wees hij ook een verlenging van de mesttoediening op grasland na 15 augustus af (geen extra 14 dagen). Reden volgens hem: bemesten heeft onder de huidige en de voorspelde omstandigheden weinig zin. Bodemleven en gewasgroei moeten eerst herstellen, en daarvoor is langere regen nodig. Later in het seizoen nemen gewassen door kortere dagen bovendien minder nutriënten op.
Waarom de sector om vier weken vroeg
Feit. MAP7 kortte de uitrijperiode voor effluent dit jaar voor het eerst in: van 15 oktober naar 31 augustus. De Boerenbond vroeg de Vlaamse overheid op 28 augustus om dit najaar toch te verlengen. Droogte en hitte hadden volgens de organisatie het uitrijden beperkt; de regen eind augustus maakte de kaliummeststof weer toepasbaar. Effluent is een reststroom van mestverwerking, rijk aan kalium en met een lage stikstofdruk. De Boerenbond stelt dat de inkorting volgde op vaststellingen boven de toegelaten 0,6 kg stikstof per ton, en dat vlottere vergunningen voor extra mestopslag de inkorting haalbaar moesten maken. Die vergunningen kwamen volgens hen niet tijdig rond.
De organisatie baseert de vraag op een advies van ILVO: voor dit jaar positief om effluent als kaliummeststof nog vier weken in te zetten. Voor drijfmest op grasland kwam er volgens de Boerenbond geen positief wetenschappelijk advies tot verlenging. In Nederland mag dierlijke mest op grasland dit jaar tot en met 15 september; dat is een andere meststroom dan Vlaams effluent, en geen grond om zelf te gaan rijden.
Analyse. De minister antwoordt dus na de kalendergrens, niet ervoor. Wie rekende op vier extra weken, heeft die ruimte niet gekregen. De structurele belofte (najaar, wetgeving, opslag) is geen vervanging voor de weken die nu wegvallen.
Wat betekent dit voor uw bedrijf?
Voor wie: landbouwbedrijven en mestverwerkers in Vlaanderen die effluent opslaan of uitrijden, en wie mestverwerkingscapaciteit nodig heeft om drijfmest kwijt te raken.
Vanaf wanneer: de uitrijperiode voor effluent liep tot zondag 31 augustus 2026; die datum is niet opgeschoven.
Financiële impact: geen bedrag in de reactie van het kabinet. Wel extra opslag- en logistieke kosten als het product blijft staan, plus risico als de mestverwerking vastloopt omdat effluent niet weg kan.
Wat moet u doen: niet meer uitrijden. Controleer of uw opslag het volume aankan en of een vergunning voor extra opslag nog loopt. Volg de mestdecreet-aanpassing dit najaar; reken niet op een nieuwe ad-hocuitzondering.
Deadline: 31 augustus 2026 is voorbij. Nieuwe data voor 2027 staan nog niet vast.
Nog niet duidelijk: wanneer de najaarsaanpassing er ligt, welke wetenschappelijke criteria de kalenderdata vervangen, en hoe mestopslag concreet vlotter vergund wordt.