KMO-IMPACT: OPVOLGEN
Sinds 1 september 2026 is de hervorming van het Sociaal Strafwetboek volledig van kracht. Rechters mogen bij sociale inbreuken nu ook alternatieve straffen opleggen, naast geldboeten. Voor werkgevers telt vooral dit: de handhaving is breder, de verjaringstermijn voor administratieve geldboeten blijft 10 jaar, en bij ernstige feiten kunnen beroepsverbod, ondernemingssluiting of uitsluiting van overheidsopdrachten volgen.
Wat is er veranderd op 1 september 2026?
Een deel van de hervorming gold al sinds 11 april 2026: de verjaringstermijn voor administratieve geldboeten ging van 5 naar 10 jaar, en er kwam extra bescherming voor slachtoffers van mensenhandel die zwartwerk verrichten. Op 1 september 2026 volgde de rest, gekoppeld aan het nieuwe Strafwetboek.
Het sanctiearsenaal van de strafrechter is uitgebreid. Afhankelijk van de ernst van de inbreuk kan de rechter onder meer opleggen:
- een probatiestraf;
- een werkstraf;
- een geldstraf gekoppeld aan het verwachte of behaalde vermogensvoordeel uit het misdrijf;
- een straf onder elektronisch toezicht.
Wordt een werkstraf of probatiestraf niet uitgevoerd, dan kan een vervangende sanctie volgen, zoals een geldboete of een korte gevangenisstraf.
Ook de begrippen in het Sociaal Strafwetboek zijn aangepast aan de nieuwe terminologie (onder meer “pleger” en “opzettelijk” in plaats van oudere formuleringen). Daarnaast wijzigen regels rond exploitatieverbod, beroepsverbod, ondernemingssluiting en uitsluiting van overheidsopdrachten of concessies bij ernstige inbreuken van sanctieniveaus 3 en 4. Voor feiten vanaf 1 september 2026 gelden geactualiseerde bedragen van strafrechtelijke geldboeten; het eindbedrag blijft volgens de wetgeving gelijk aan de vorige berekeningswijze, via een andere formule.
Wettelijke basis: wet van 16 maart 2026 tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht (Belgisch Staatsblad 1 april 2026).
Wat betekent dit voor uw onderneming?
Voor wie: werkgevers en zaakvoerders in België, inclusief kmo’s met personeel of uitzend-/jobstudentenconstructies.
Vanaf wanneer: 1 september 2026 voor de nieuwe rechterlijke sancties en begrippen; de langere verjaring van administratieve geldboeten (10 jaar) geldt al sinds 11 april 2026.
Financiële impact: niet becijferd per inbreuk in deze toelichting. Wel: langere blootstelling aan administratieve boetes (10 jaar) en, bij zware feiten, risico op ondernemingssluiting of uitsluiting van overheidsopdrachten.
Wat moet u doen: controleer loonadministratie, arbeidstijdregistratie, Dimona-aangiften, verplichte sociale documenten en sectorale loon- en arbeidsvoorwaarden. Corrigeer ontbrekende of foute stukken nu; wacht niet op een controle.
Deadline: geen aparte aanvraagdeadline. De regels gelden al.
Nog niet duidelijk: hoe vaak rechters de nieuwe alternatieve straffen in sociale dossiers effectief zullen toepassen.
Praktisch: waar faalt een kmo het vaakst?
De meeste dossiers starten bij slordige Dimona, ontbrekende documenten, foutieve uren of sectorale barema’s die niet gevolgd zijn. Met een verjaring van 10 jaar op administratieve boetes blijft een oude fout langer relevant. Wie inschrijft op overheidsopdrachten, heeft extra reden om niveau 3- en 4-risico’s te vermijden: uitsluiting treft dan ook toekomstige omzet.
Laat bij twijfel uw sociaal secretariaat of adviseur de recente aangiften en documenten nalopen. Wie zelfstandig loonadmin voert, plant best een steekproef op Dimona, arbeidsduur en sectorale toeslagen van de jongste maanden.
Meer info: geert.deman bij besox.be