Ondernemers zijn belangrijk voor de toekomst van Vlaanderen. Daar is volgens een onderzoek van UNIZO en IVOX bij 1.000 Vlamingen brede overeenstemming over: 85 procent deelt die mening. Tegelijk toont datzelfde onderzoek hoe groot de twijfel rond ondernemerschap blijft. Meer dan de helft van de ondervraagden zou ongerust zijn wanneer een eigen kind voor een zelfstandige activiteit kiest. 39 procent zou zo’n stap zelfs afraden. Voor UNIZO is dat een duidelijk signaal dat ondernemen opnieuw aantrekkelijk maken meer vraagt dan alleen economische maatregelen.
De ondernemersorganisatie stelde de resultaten voor tijdens UNIZO Momentum, waar het nieuwe werkjaar officieel werd ingezet. Ook Bart De Wever, David Clarinval, Hilde Crevits, Conner Rousseau en Frédéric De Gucht namen deel aan het programma. UNIZO bundelde de conclusies van het onderzoek in vier grote aandachtspunten: het beeld van ondernemers, de administratieve druk, eerlijke concurrentie en beleid dat meer rekening houdt met kleine ondernemingen.

Waardering voor ondernemers botst met hardnekkige beelden
Het onderzoek laat eerst een opvallend verschil zien tussen waardering en wantrouwen. Driekwart van de Vlamingen beschouwt ondernemers als een belangrijke kracht achter de economie. Acht op de tien hebben er geen probleem mee dat ondernemers veel verdienen. Tegelijk denkt ongeveer de helft dat veel zelfstandigen sjoemelen.
Bij ondernemers zelf leeft dan weer het gevoel dat hun inspanningen onvoldoende worden gezien. Meer dan drie kwart van de huidige en voormalige ondernemers zegt te weinig erkenning te krijgen voor het harde werk. Zes op de tien vinden dat ondernemers in de media te negatief worden voorgesteld. Acht op de tien willen een positievere kijk op ondernemerschap.
UNIZO-topman Bart Buysse waarschuwt daarom voor clichés die volgens hem blijven doorwerken. Hij verwijst onder meer naar het beeld van de ondernemer die weinig belastingen betaalt of vooral uit is op persoonlijk gewin. Tegelijk wijst hij erop dat slechts een kwart van de Vlamingen vindt dat zelfstandigen te weinig belastingen betalen.
Volgens UNIZO maakt die tegenstelling duidelijk waarom ondernemen opnieuw aantrekkelijk maken ook begint bij de manier waarop de samenleving naar zelfstandigen kijkt.
Administratie en onzekerheid houden kandidaat-ondernemers tegen
Ook praktische drempels wegen zwaar. Bij mensen die vandaag geen ondernemer zijn, staat financiële onzekerheid bovenaan als reden om niet te starten. 39 procent noemt dat als belangrijke rem. Daarna volgen de vrees om te mislukken met 33 procent en administratieve rompslomp met 31 procent.
Bijna een kwart verwijst ook naar het sociaal statuut. Eén op de vijf vreest voor de gevolgen voor gezin en vrije tijd.
UNIZO ziet vooral de opeenstapeling van verplichtingen als probleem. Volgens de organisatie gaat het niet alleen om grote regels, maar vooral om veel kleine administratieve taken die samen tijd en geld kosten. De ondernemersorganisatie vraagt daarom onder meer om informatie die de overheid al bezit niet opnieuw bij bedrijven op te vragen.
Als voorbeeld van mogelijke vereenvoudiging wijst UNIZO op aanpassingen aan statuten die vroeger via de griffie verliepen en ondertussen digitaal kunnen worden afgehandeld. Volgens de organisatie bewijst dat dat administratieve processen eenvoudiger kunnen.
UNIZO stelt daarnaast een duidelijke verhouding voor bij nieuwe administratieve lasten: wanneer er één euro aan bijkomende kost ontstaat, zou elders drie euro aan administratieve last moeten verdwijnen.
Gelijke regels voor kleine en grote spelers
Een derde grote boodschap draait rond concurrentie. Belgische bedrijven moeten volgens UNIZO rekening houden met regels over onder meer veiligheid, fiscaliteit, duurzaamheid en bescherming van consumenten. Tegelijk komen producten van grote niet-Europese webshops op de markt die volgens de organisatie niet altijd aan dezelfde verplichtingen voldoen.
UNIZO vraagt daarom strengere controle op producten van buiten Europa en meer verantwoordelijkheid voor buitenlandse verkoopplatformen.
Ook dichter bij huis ziet de organisatie verschillen. Bij overheidsopdrachten zouden kleine ondernemingen in België minder vaak aan bod komen dan elders in Europa. Grote opdrachten, veel administratie en voorwaarden die beter aansluiten bij grote ondernemingen vormen volgens UNIZO obstakels voor kmo’s.
De organisatie vraagt daarom om grote overheidsopdrachten vaker op te delen in kleinere stukken en de administratieve voorwaarden te beperken. Rechtszekerheid hoort daar volgens UNIZO eveneens bij. Ondernemers nemen beslissingen over investeringen, personeel en contracten vaak voor meerdere jaren. Wanneer regels snel wijzigen of opnieuw ter discussie komen te staan, wordt plannen volgens de organisatie moeilijker.
Ook daar ligt volgens UNIZO een sleutel om ondernemen opnieuw aantrekkelijk maken concreet te maken.
Eerst kijken naar wat werkt voor een kmo
Tot slot schuift UNIZO het principe Think Small First naar voren. Volgens de cijfers in het onderzoek bestaat 99 procent van de Belgische ondernemingen uit kmo’s. Samen zijn ze goed voor twee derde van de jobs en 58 procent van de toegevoegde waarde.
Toch vertrekt beleid volgens UNIZO nog te vaak vanuit de situatie van grote ondernemingen. De organisatie vraagt daarom dat bij nieuwe regels eerst wordt nagegaan of een maatregel haalbaar is voor de kleinste bedrijven.
De redenering daarachter is eenvoudig: wat werkbaar is voor een kleine onderneming, kan meestal ook door een grote speler worden toegepast. Omgekeerd lukt dat niet altijd.
De cijfers uit het onderzoek tonen tegelijk waarom die discussie volgens UNIZO dringend blijft. Zelfs vier op de tien ondernemers geven aan dat ze, als ze opnieuw moesten kiezen, vandaag niet meer voor het ondernemerschap zouden gaan. Voor UNIZO ligt daar de kern van de opdracht: ondernemen opnieuw aantrekkelijk maken door minder drempels, meer voorspelbaarheid en regels die ook voor kleine bedrijven haalbaar blijven.